Stichting Schildpad
Schildpadden zijn gevoeliger dan u denkt!

Extreem

Het grootste reptiel van Nederland is de lederschildpad (Dermochelys coriacea). Hoewel dit zeedier zijn eieren op tropische stranden legt, trekt het buiten het legseizoen tot aan Noorwegen en IJsland toe. Levende exemplaren zijn bij Domburg (1777) en op 13 km buiten de Oosterschelde (1973) waargenomen. Zes dode exemplaren spoelden tussen 1966 en 1977 op de Nederlandse kust aan. Het grootste hiervan woog 486 kilo. De totale lengte van dit mannetje, dat op 4 Augustus 1968 op Ameland werd gevonden, bedroeg 2,44 meter. Hiervan nam het schild 1,58 meter in beslag.


Lederschildpad (Dermochelys coriacea)

Andere schildpadden die met zekerheid aan onze stranden zijn gesignaleerd, zijn de soepschildpad (Chelonia mydas) van Petten (1952), de Kemp-schildpad (Lepidochelys kempii) van Scharendijke (1954) en de dikkopschildpad (Caretta caretta) van Ouddorp (1894), Scheveningen (1927) en Noordwijk (1954). Zij waren alle kleiner.

De grootste schildpad is de Pacifische lederschildpad (Dermochelys coricea schlegelii), die zowel in de Grote als Indische Oceaan voorkomt. Volwassen mannetjes zijn gemiddeld 1,80 tot 2,15 meter van bek tot staartpunt (lengte van het schild 1,20 tot 1,55 meter), 2,15 meter breed met uitgerekte voorpoten en wegen circa 450 kg.


Lederschildpad (Dermochelys coriacea)

Het grootste vastgestelde gewicht van een Pacifische lederschildpad is 865 kilo. Het betrof een mannetje dat op 29 Augustus 1961 levend werd gevangen in de baai van Monterey in Californië. Het enorme beest werd in cowboy stijl met een lasso verschalkt door Jerry Lemon, kapitein van de vissersboot Sea Otter, bij point Pinos. Toen de strop werd aangetrokken dook de zeereus onmiddellijk tot 12 metere diepte ( de lengte van het touw), maar na een tijdje gaf hij de strijd op en liet zich aan land trekken. De schildpad werd voor een paar honderd dollar gekocht door Nelson (Bill) Hyler, de eigenaar van het Wharf Aquarium in Monterey, die hem in een bassin van 6,10 bij 1,20 onderbracht. Het onfortuinlijke dier stierf helaas korte tijd later (gevangen lederschildpadden hebben de gewoonte zich tegen de wanden van hun bassin te pletter te stoten). Dit exemplaar had een totale lengte van 2,54 meter (L.B. Bowhay, pers. Mededeling van 20 April 1963).

Een andere grote zeeschildpad, met een totale lengte van 2,74 meter en een gewicht van 863 kilo, werd op 20 Juni 1907 in een vissersnet gevangen bij San Diego in Californië.

De Atlantische lederschildpad (Dermochelys coricea coricea), leeft in de Golf van Mexico, de Caribische Zee en de Atlantische Oceaan van Kaap de Goede Hoop tot Newfoundland, Hij is kleiner dan zijn Pacifische verwant en wordt zelden zwaarder dan 363 kilo.


Het grootste vastgestelde gewicht van een Atlantische lederschildpad is 485 kilo. Het betreft het reeds genoemde mannetje dat op 4 Augustus 1968 dood werd gevonden op het strand van Ameland. Dit exem0plaar was in totaal 2,44 meter lang en had een schild van 1,58 meter. Op 5 Juni 1928 werd een zwanger wijfje van 480 kilo gevangen voor de kust bij Tazones in Noord-west Spanje. Later werd het aangekocht door het Museo Nacional de Ciencias Naturales in Madrid. De totale lengte van het wijfje was 2, 18 meter.

Een ander bijzonder groot exemplaar, bewaard in het Museu Bocage in Lissabon, was 2,46 meter lang en woog 421,3 kilo (vlees). Het dier was ergens tussen 1792 en 1807 gevangen voor de kust van Peniche, zo'n 80 km ten noorden van Lissabon, en was 2,64 meter breed met uitgespreide voorpoten (Brongersma, 1972).


Verschillende schildpadsoorten staan bekend om hun agressieve gedrag ten opzichte van mensen, maar dit kan aan hun zwakke gezichtsvermogen liggen. Het kwaadaardigste is waarschijnlijk de onechte karetschildpad (Caretta caretta), die af en toe in de middellandse Zee wordt waargenomen.

Tijdens de tweede wereldoorlog werd een vliegtuig van de RAF neergeschoten bij Malta, waarna de bemanning in een dinghy ging. Ineens dook vlak voor hen een enorme karet op, die probeerde het rubberbootje met zijn sterke kromme bek om te gooien. Pas na een wanhopige strijd konden de bemanningsleden de schildpad verjagen.

Ook de warana (Lepidochelys olivacea) heeft een slechte reputatie. Op Sri Lanka wordt deze soort om zijn venijnige beet Nai amai of hondschildpad genoemd (Deraniyagala, 1939).

In 1972 werd een duiker voor de kust van Florida aangevallen door een verliefd maar bijziende Atlantische soepschildpad (Chelonia mydas mydas). Hij had geluk dat hij het er levend afbracht en zijn eerbaarheid behield. Mannetjes van deze soort kunnen tijdens de paartijd speels bijten, wat diepe bloedende wonden ten gevolg heeft.


Atlantische soepschildpad (Chelonia mydas mydas)

Een Pacifische lederschildpad (Dermochelys coriacea schlegelii) heeft bij Sydney eens de grote teen van een visser afgebeten.

De alligatorschildpad (Macrolemys temmincki) doet zijn naam eer aan. Raymond L. Ditmars (1936) beklaagd zich erover dat hij deze soort nooit kon fotograferen zonder door de enorme opengesperde kaken bedreigd te worden. Een boze schildpad beet op een keer zelfs in een van de poten van zijn statief.

Deze soort behoort overigens tot de aaseters. Een van de luguberste verhalen komt uit Indiana, waar een oude Indiaan die bekend stond om zijn vermogen de lichamen van verdronken mensen op te sporen, een grote alligatorschildpad als speurhond gebruikte. De schildpad werd naar het te onderzoeken meer gebracht en aan een lang touw losgelaten. Na een tijdjes volgden duikers het touw, waarna de schildpad steevast bij het lichaam werd gevonden (Schmidt & Inger, 1957).


De kleinste zeeschildpad ter wereld is de kemp zeeschildpad (Lepidochelys kempii) uit de Atlantische Oceaan, met een schild van 50 tot 70 cm en een gewicht van circa 36 kilo.


Kemp zeeschildpad (Lepidochelys kempii)


De kleiste zoetwaterschildpadden zijn de modder en muskus-schildpadden (familie Kinosternidae) uit Noord en Midden Amerika. De gestreepte modderschildpad (Kinosternon baurii baurii) van de Lower Florida Keys, heeft een grootste schild lengte van slechts 9,7 cm (Oliver, 1955).


Gestreepte modderschildpad (Kinosternon baurii baurii)


De grootste zoetwaterschildpad op aarde is de alligatorschildpad (Macrolemys temmicki) uit het zuidoosten van de V.S. Deze soort wordt normaliter niet zwaarder dan ca. 90 kilo, maar een in 1937 in de Neosho in Cherokee County, Kansas, gevangen monster zou 183 kilo hebben gewogen (Hall & Smith, 1947).


Alligatorschildpad (Macrolemys temmicki)


De hoogst aanvaarde leeftijd van een waterschildpad is 58 jaar, 9 maanden en 1 dag. Het betreft een alligatorschildpad (Macrolemys temmincki) die op 7 Februari 1949 per ongeluk werd gedood in de dierentuin van Philadelphia. Het was een van de twee exemplaren die op 6 Mei 1890 in de dierentuin waren gearriveerd. Het tweede stierf op 10 december 1937 na een gevangenschap van 47 jaar, 7 maanden en 4 dagen(Roger Conant, pers. Mededeling van 10 Augustus 1972).

De muskusschildpad (Sternotherus odoratus) uit het zuidoosten van de V.S. kan eveneens oud worden; in de dieren tuin van Philadelphia heeft een exemplaar meer dan 53 jaar en 3 maanden geleefd (Conant & Hudson, 1949).

In Artis leeft al meer dan 42 jaar een soepschildpad (Chelonia Mydas) in het aquarium (Artis nieuws, 1978). Hier heeft hij de laatste 30 jaar van gezelschap van een onechte karetschildpad (Caretta caretta).

Van de laatste soort leefde van 1898 tot 1931 een heel groepje in het Aquario Vasco di Gama in Lissabon. Volgens majoor Stanley Flower (1937) stierven de dieren onverwacht tijdens een heveige hittegolf.

Lederschildpadden kunnen in het wild waarschijnlijk 50 jaar worden, maar grote exemplaren hebben in gevangenschap nooit langer dan enkele weken geleefd.


De snelst zwemmende viervoeters zijn de sterke zeeschildpadden. In nood zijn snelheden tot 35 km/uur gemeld voor zowel de Pacifische lederschildpad (Dermochelys coricia schlegelii) als de Atlantische soepschildpad (Chelonia mydas mydas). De normale kruissnelheid is waarschijnlijk zo'n 6 km/uur.


Atlantische soepschildpad (Chelonia mydas mydas)

Sommige zeeschildpadden kunnen grote afstanden afleggen. Een wijfjessoepschildpad die bij Tortuguero in Costa Rica was geringd, werd 275 dagen later 1950 km verderop bij Campeche in Mexico aangetroffen (Carr & Hirth, 1962). In september 1972 werd een ander wijfje, dat in Suriname door mensen van het wereldnatuurfonds was geringd, gevonden op de kust van Ghana in West-Afrika, 5920 km verderop.

De onechte karetschildpad maakt eveneens grote tochten. Een wijfje werd 63 dagen na het ringen bij Mon Repos in Australië 3200 km verderop gevonden bij de Trobiand Eilanden bij Nieuw-Guinea.



De grootste nog levende landschildpad is de seychellenreuzeschildpad (Geochelone gigantea) van de eilanden Aldabra, Mauritius en de Seychellen in de Indische Oceaan, waar in 1874 werd ingevoerd.

Het gewicht van mannetjes bedraagt normaliter niet meer dan 180 kilo, maar toen er nog niet zo vel op het dier werd gejaagd konden de mannetjes wel zwaarder dan 225 kilo worden. Een groot mannetje in het Rothschild Museum te Tring (Hertfordshire) wordt bewaard, heeft een schild van 1,18 meter. Volgens Lord Rothschild (1915) woog deze schildpad in leven 269 kilo. Dat is voor deze soort waarschijnlijk een record.

Ook enkele galapagosreuzeschildpadden (Testudo elephantopus, met 11 ondersoorten) kunnen een dergelijke omvang bereiken. De grootste bekende exemplaren wegen tussen de 159 en 181 kilo.

In 1708 zagen 2 bemanningsleden van Woodes Rogers een schildpad van naar schatting 315 kilo of meer.

Andere exemplaren waren meer dan 1,20 hoog (Noel-Hume & Noel-Hume,1958). Een in 1830 gevangen schildpad was zo zwaar dat er 6 mannen aan te pas moesten komen om hem in een boot te tillen. Kapitein Porter onderzocht een exemplaar (T.e. porteri) op Indefatigable Island (=Santa Cruz) met een rugschild van 1,67 meter lengte en 1,37 meter breedte ( langs de buitenkant?). Verder bestaat er een verslag over een T.e. vicina van Santa Isabella uit dezelfde groep, die in slechts 15 jaar in gewicht toenam van 10,3 tot 200,4 kilo (Gaymer,1968).

Hoewel landschildpadden van alle gewervelden, inclusief mens, het oudst kunnen worden, mag geen waarde worden gehecht aan berichten over dieren van 250 of zelfs 300 jaar. Veel overdreven verhalen zijn gebaseerd op de verkeerde veronderstelling dat landschildpadden een zeer traag groeitempo hebben en afgesleten en beschadigde schilden een duidelijk teken van hoge leeftijd zijn. In werkelijkheid is een grote omvang bij reptielen geen betrouwbare aanwijzing voor ouderdom en zijn schilden van in het wild levende dieren al na zo'n 20 jaar meestal flink gehavend.

Op 19 Mei 1966 werd de dood gemeld van Tu'imalilia of Tui Malela (Koning der Malila), de befaamde maar danig beschadigde madagaskarstralenschildpad (Testudo radiata) die in 1773 door kapitein James Cook (1728-1779) aan de koning van Tonga zijn geschonken. Dit record bestond waarschijnlijk uit de leeftijden van 2 of meer exemplaren die op het eiland hebben geleefd.<

Om hun grote omvang zijn ook aan seychellenreuzeschildpadden extreme leeftijden toegeschreven. Sinds de ontdekking dat mannetjes in slechts 15 jaar tijd een gewicht van ca 200 kg kunnen bereiken is er geen reden om aan te nemen dat deze dieren langer leven dan de kleinere soorten landschildpadden. Er is een exemplaar bekend dat in 7 jaar tijd in gewicht toenam van 13 tot 159 kilo!

In September 1969 zou Samir, de oudste seychellenreuzeschildpad uit de Giza Zoo in Cairo, zijn 269ste verjaardag hebben gevierd. Volgens het verhaal was de in Frankrijk geboren schildpad ter gelegenheid van de opening van het Suezkanaal op 16 November 1869 door keizerin Eugénie, de vrouw van Napoleon III, geschonken aan Khedive Isma'il Pasha, de Turkse vorst van Egypte. Korte tijd later deed Khediver de schildpad, die in Egypte als symbool van voorspoed wordt beschouwd, over aan de Giza Zoo. In feite is het dier tot 1969 dus 100 jaar onafgebroken geobserveerd.

In 1975 werd een niet bevestigde leeftijd van 180 jaar gemeld voor een seychellenreuzeschildpad uit de botanische tuin op Mauritius.


De zeldzaamste zeeschildpad is de beschermde Kemp zeeschildpad (Lepidochelis kempii), die vrijwel is uitgeroeid door over bejagen, het leeghalen van nesten en het afslachten van broedende wijfjes. Nestelende dieren worden tegenwoordig alleen nog gevonden aan de kust van de staten Tamaulipas en Vera Cruz in Mexico en op Padre Island bij Texas. De totale populatie wordt geschat op 5000 to 10.000 exemplaren.


De zeldzaamste landschildpad is de onechte spitskopschildpad (pseudomydura umbrina), die alleen voorkomt in het moerassige, 200ha grote reservaat Ellen Brook, ruim 30 km te noordoosten van Perth in Australië. In 1973 werd de totale populatie geschat op 150 exemplaren, waaronder 5 dieren die in de dierentuin van Perth werden bestudeerd. Tegenwoordig zijn alle schildpadden in het reservaat uitgerust met een zendertje, zodat zoölogen hun bewegingen in de gaten kunnen houden.


De hoogst vastgestelde leeftijd van een landschildpad is 152+ jaar voor een mannelijke Soemerische schildpad (Testudo sumeirii), die in 1766 door de Franse ontdekkiingsreiziger Chevalier de Fresne van de Seychellen naar Mauritius werd gebracht en aan het garnizoen van Port Louis werd geschonken. Bij de verovering van Mauritius door de Engelsen in 1810 werd het dier officieel door de Franse troepen overhandigd. In 1908 werd de oude schildpad blind. Tien jaar later stierf hij na een val in een geschutskuil. Het dier wordt bewaard in het Brits Museum in Londen. Aangezien het bij de vangst al geheel volwassen was moet het volgens Schmidt & Inger (1957) op tenminste 180 jaar worden geschat.

Andere dieren waarvan vaststaat dat ze ouder dan 100 jaar zijn geworden zijn de Carolina doosschildpad (T. Carina) van 138 jaar (Olivier, 1955) en een Europese moerasschildpad (Emys orbicularis) van 120+ jaar (Rollinant, 1934).


Europese moerasschildpad (Emys orbicularis)

Een Moorse landschildpad (T. graeca) verbleef van 1633 tot 1753 in de tuin van Lambeth Palace in Londen, wat betekend dat het dier tenminste 120 jaar moet zijn geweest (Noel-Hume & Noel-Hume, 1958). In 1957 stierf zijn soortgenoot Panchard op een leeftijd van 116+ jaar in de Paignton Zoological & Botanical Gardens in Devon. Deze schildpad was in 1851 op een markt gekocht, toen het dier al geheel volgroeid was (W.E. Francis, per. Mededeling van 1 Augustus 1972).


Het langzaamste reptiel Met als mogelijke uitzondering de kameleons ( familie Chamaeleonidae) zijn landschildpadden trager dan enig ander reptiel. Bij een experiment op Mauritius bleek dat een hongerige seychellenreuzeschildpad (Geochelone gigantea) niet meer dan 4,57meter per minuut (0,27km/uur) kon afleggen. Over grotere afstanden bewoog het dier zich nog veel langzamer voort.


Seychellenreuzeschildpad (Geochelone gigantea)

Zoetwaterschildpadden zijn op het land meestal sneller, maar er is een bericht over twee gewone bijtschildpadden (Chelydra serpentina serpentina) die in 2 uur en 30 minuten 557 meter aflegden, wat neer komt op een snelheid van 0,216 km/uur.

© 2001 Stichting Schildpad
Terug naar boven

Ga naar de homepage